Samenvatting

 

  • korte samenvatting van de arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed

  • BW 7:681 getoetst aan het algemeen deel van het verbintenissen- en overeenkomstenrecht

    • BW 7:681 handhaaft geen andere normering dan BW 7:685: anders dan door de Hoge Raad aangenomen gaat het niet om schadevergoeding maar om nakoming, derhalve om een toetsing aan (de aanvullende werking van) de goede trouw (sub 2/3)

    • Redelijkheid en billijkheid missen normerende werking, en zijn dus niet geschikt om aan de rechtsvinding koers en richting te geven

    • Teruggebracht tot slechts een tool vervullen redelijkheid en billijkheid bij het nalopen van de te stellen vragen een nuttige functie bij de rechtsvinding

    • Als wèl koers- en richtinggevend aan de rechtsvinding dringt zich op (sub 4-8)
      de open zorgvuldigheidsnorm die aan ons wettelijk stelsel ten grondslag ligt

    • dat wettelijk stelsel is in de wet verankerd vanuit de normering van BW 6:2
      • buitencontractueel:
        via BW 6:2 juncto BW 6:162
        steeds nog nader te verbijzonderen per rechtsgebied
      • contractueel:
        via BW 6:2 juncto BW 6:162 (als het fundament op basis waarvan je contracteert)
        juncto oud BW 1374 lid 3 / oud BW 1375
        steeds nog nader te verbijzonderen per rechtsgebied
        (sub 4-9 juncto sub 14)

       

    • Gedefiniëerd / uitgewerkt / verhelderd
      • het begrip titel (o.a. noot 13):
        de verbintenis nadat deze met het oog op het ten uitvoer leggen is getoetst aan de open zorgvuldigheidsnorm
      • het begrip optimale rechtsvinding (sub 8):
        resultaat van het stelselmatig tegen elkaar afwegen van de aanvullend en de beperkende werking van de goede trouw, bij het vinden van het recht onder de open zorgvuldigheidsnorm
      • de techniek van het vinden van de op het betreffend rechtsterrein vigerende en toe te passen open norm (sub 4):
        door – net als de wetgever –
        te benutten het begrip ‘goed + hoedanigheid’
        vgl. ‘goed huisvader’ / ‘goed werkgever’ / ‘goed werknemer’, etc.
      • de relativering van de contractsvrijheid (sub 7c):
        • contracteren vóóronderstelt dat contractanten in acht nemen de buitencontractueel te betrachten zorgvuldigheid
        • Exonereren voor onrechtmatige daad lijkt dan ook geen optie
  • Ontslagrecht / de Kantonrechtersformule (sub 10-14)

    • De uitspraken van de Hoge Raad leggen bloot de weeffout in de Kantonrechtersformule: normaliter is ‘factor C=0′, dus exit ‘factor C=1′
    • Zowel bij kennelijk onredelijk ontslag als bij ontbinding gewichtige redenen gaat het om nakomen niet om schadevergoeding:
      samenvoeging in één en dezelfde procedure lijkt dan ook geïndiceerd
    • Nu het in het kader van nakomen gaat om het invulling geven aan de aanvullende werking van de goede trouw, lijkt het voor optimale rechtsvinding wel degelijk zinvol te beschikken over ijkpunten / een te actualiseren formule