Recht Anders

1. Opzet Website

Onder het kopje ‘Recht anders’ staan korte notities als samenvatting van het oorspronkelijk artikel dat geplaatst is onder het kopje ‘Het artikel’.

De recent door de Hoge Raad ontwikkelde jurisprudentie inzake kennelijk onredelijk ontslag vormde de aanleiding voor het opstarten van deze website.

Die aanleiding vormt overigens niet meer dan een invalshoek voor de uitnodiging om op een andere, meer normatieve wijze het recht te vinden.

2. Wetsteksten

In het artikel over ontslagrecht wordt bij herhaling verwezen naar wetsartikelen, ontleend aan het Burgerlijk Wetboek of aan het oud Burgerlijk Wetboek.

Voor het gemak vindt u op de pagina Het artikel een sheet bestaande uit twee pagina’s A4, waarin deze wetsteksten zijn opgenomen (versie april 2004).

Geadviseerd wordt deze sheet te printen. U hebt dan een mooi overzicht van de belangrijkste wetsteksten die van belang zijn voor normatieve rechtsvinding, ook inzake onderwerpen die in het artikel zelf nog niet besproken zijn.

3. ‘Ontslag terecht? Toets het aan de billijkheid!’

Onder deze kop wordt in het artikel toegelicht dat en waarom de rechtspraktijk door het sedert 1923 toekennen van normerende waarde aan het uit het niets gecreëerd begrip van ‘de eisen van redelijkheid en billijkheid’, bij de overeenkomst het zicht op de norm heeft verloren.
Redelijkheid en billijkheid hebben namelijk geen enkele normerende waarde. Bij het vinden van het recht functioneren zij slechts als een mechaniek om de juiste vragen te stellen en te beantwoorden.

Normatief recht wordt pas gevonden als men bij het nalopen van de relevante criteria (waaronder die van art. 3:12 BW) de in casu van toepassing zijnde open norm als het koers- en richtinggevend toetsingscriterium toevoegt, en daardoor rechtstreeks aan de billijkheid toetst.
Eerst door die toetsing aan de billijkheid verkrijgt een verbintenis de voor rechtsgeldige effectuering vereiste status van titel, die de geëigende mutatie in het goederenrecht legitimeert.

Een indicatie voor de juistheid van het vorenstaande is gelegen in de omstandigheid dat het mogelijk is voor het op normatieve wijze vinden van het recht een universele vraagstelling te ontwikkelen, waarin zowel de in casu vigerende open norm als de redelijkheid en billijkheid ieder hun eigen rol spelen.
In die vraagstelling geeft de in casu van toepassing zijnde open norm (als ijkpunt voor het toetsen aan de billijkheid) koers en richting aan de rechtsvinding, terwijl de vraag naar hetgeen in het licht van die norm redelijk en billijk wordt geoordeeld het proces van rechtsvinding faciliteert.

Het vorenstaande wordt uitgewerkt mede aan de hand van de arbeidsovereenkomst, als model voor de overeenkomst in het algemeen.
Onderwerp vormt de verhouding tussen enerzijds het kennelijk onredelijk ontslag en anderzijds de ontbinding gewichtige redenen, te bezien in het licht van de de arbeidsovereenkomst regerende open norm zich als goed werkgever respectievelijk goed werknemer jegens de ander te gedragen.

4. Uitwerking: rechtsvinding – arbeidsrecht

Hieronder volgt een specimen van de voor normatieve rechtsvinding te gebruiken universele vraagstelling, toegespitst op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst – zowel kennelijk onredelijke ontslag als ontbinding gewichtige redenen.

Voor het vinden van wat de billijkheid bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst in casu verlangt,
dus voor het beantwoorden van de vraag of de billijkheid bij het beëindigen van deze arbeidsovereenkomst aanvulling en/of beperking van de uit de overeenkomst voortspruitende verbintenissen verlangt,
wordt voorgesteld te volgen de navolgende vraagstelling:

Wat vindt u
a. in het licht van de wettelijk en/of jurisprudentiële regeling van de arbeidsovereenkomst in het algemeen;
b. gelet op de inhoud die partijen aan juist hun overeenkomst hebben gegeven, de gemaakte afspraken daaronder begrepen (art. 1374 lid 1 oud BW);
c. mede gelet op relevante noties te ontlenen aan het stelsel van de Wet (= het stelsel van de zorgvuldigheid aan het rechtsaspect eigen – de reeds gerealiseerde invulling van art 6:2 BW en haar verbijzonderingen dus);
d. met inachtneming van de gehoudenheid zich jegens elkaar als goed werkgever respectievelijk goed werknemer te gedragen (= de open norm);
e. bij het beëindigen van deze arbeidsovereenkomst (= in casu)
redelijk en billijk?

De uitkomst (gelijk aan de oorspronkelijk uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verbintenissen, dan wel deze aanvullend en/of beperkend)
voegt juist door die toetsing aan de billijkheid ex art. 1374 lid 3 oud BW, te relateren aan de het betreffend rechtsgebied regerende open (zorgvuldigheids)norm,
aan het geheel van de aldus vastgestelde verbintenissen toe de legitimatie van en eigen aan de (executoriale) titel.

Het verkrijgen van de titel is nu eenmaal rechtens vereist voor het teweeg brengen van de beoogde mutatie in het goederenrecht: in casu in het geheel van rechten en verplichtingen aan de arbeidsovereenkomst eigen.
Immers alleen de titel verleent de bevoegdheid om te bewerkstelligen de nieuwe rechtstoestand van het rechtsgeldig beëindigen (ontbinding gewichtige redenen) c.q. van het rechtsgeldig hebben beëindigd (kennelijk onredelijk ontslag) van de arbeidsovereenkomst.